BIBLEPAGE.NET

De bijbel online lezen

Vers van de Dag

Voorts dan, broeders, wij bidden en vermanen u in den Heere Jezus, gelijk gij van ons ontvangen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, dat gij daarin meer overvloedig wordt

1 Thessalonicensen 4:1


 

Hoofdstuk 18



1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:
2Hoe lang is het, dat gijlieden een einde van woorden zult maken? Merkt op, en daarna zullen wij spreken.
3Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?
4O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn toorn! Zal om uwentwil de aarde verlaten worden, en zal een rots versteld worden uit haar plaats?
5Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.
6Het licht zal verduisteren in zijn tent, en zijn lamp zal over hem uitgeblust worden.
7De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.
8Want met zijn voeten zal hij in het net geworpen worden, en zal in het wargaren wandelen.
9De strik zal hem bij de verzenen vatten; de struikrover zal hem overweldigen.
10Zijn touw is in de aarde verborgen, en zijn val op het pad.
11De beroeringen zullen hem rondom verschrikken, en hem verstrooien op zijn voeten.
12Zijn macht zal hongerig wezen, en het verderf is bereid aan zijn zijde.
13De eerstgeborene des doods zal de grendelen zijner huid verteren, zijn grendelen zal hij verteren.
14Zijn vertrouwen zal uit zijn tent uitgerukt worden; zulks zal hem doen treden tot den koning der verschrikkingen.
15Zij zal wonen in zijn tent, waar zij de zijne niet is; zijn woning zal met zwavel overstrooid worden.
16Van onder zullen zijn wortelen verdorren, en van boven zal zijn tak afgesneden worden.
17Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten.
18Men zal hem stoten van het licht in de duisternis, en men zal hem van de wereld verjagen.
19Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn.
20Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden.
21Gewisselijk, zodanige zijn de woningen des verkeerden, en dit is de plaats desgenen die God niet kent.



  • Buitenlandse Versies  
  • English
  • Français
  • Deutsch
  • Español
  • Português
  • Italiano
  • Nederlands
  • Român
  • Dansk
  • Svensk
  • Suomi
  • Norsk
  • Čeština
  • русский
  • Український
  • Български
  • Polski
  • Hrvatski
  • Magyar
  • Shqiptar
  • Türk
  • עברית
  • 圣经
  • 聖經
  • 한국의
  • 日本語
  • Tiêng Viêt
  • ภาษาไทย
  • Tagalog
  • Indonesia
  • हिन्दी
  • தமிழ்
  • ਪੰਜਾਬੀ
  • اردو
  • Somali
  • Kiswahili
  • العربية